Publicaties Van Kleef & Partners

 

De Wet normering topinkomens stelt sinds 2013 paal en perk aan salarissen en ontslagvergoedingen in de publieke sector. Normering en transparantie moeten uitwassen tegengaan. Maar de wet blijkt als het gaat over ontslagvergoedingen veel te zwaar geschut voor een probleem dat nauwelijks bestaat. Een symboolwet, die averechts werkt, topfunctionarissen afschrikt en de echte excessen in het semipublieke domein niet aanpakt.

 

Waar hebben we het over? De WNT is in het leven geroepen om te voorkomen dat de publieke sector net als de marktsector ten prooi valt aan falende en graaiende bestuurders. Het maximum jaarsalaris mag niet boven dat van een minister uitkomen, namelijk 178.000 euro. De wet regelt verder dat topfunctionarissen bij ontslag 1 jaarsalaris meekrijgen met een maximum van 75.000 euro. Hing de integriteit in de publieke sector er dan zo beroerd bij dat deze wet noodzaak was? Welnee. In 2013 zijn er van de vele duizenden topfunctionarissen niet meer dan 136 ontslagen. Slechts 42 van hen ontvingen een vergoeding boven de wettelijke norm, waarvan de helft in de zorgsector. En het merendeel viel ook nog eens onder het overgangsrecht. Deze cijfers wijken nauwelijks af van de oude situatie. Graaiende faalambtenaren? Laat het een enkeling zijn, maar daar heb je echt geen wet voor nodig.

 

In de praktijk wordt een topambtenaar meestal niet ontslagen omdat hij niet functioneert, maar omdat hij het slachtoffer is van politieke willekeur. Hij wordt gedwongen het veld te ruimen omdat het bijvoorbeeld niet botert met een nieuwe minister of wethouder. Is het dan reëel hem af te wimpelen met een standaardoplossing die totaal geen rekening houdt met de omstandigheden? Zoals de politieke context, het aantal dienstjaren of de hoogte van het inkomen. Vindt hij dat hem - na jarenlang smetteloos functioneren - meer toekomt, dan kan dat alleen via de rechter worden afgedwongen in plaats van dat werkgever en werknemer er onderling netjes uitkomen, zoals tot voor de WNT praktijk was.

 

Overigens ging dat zelden om gouden handdrukken, doch meestal om het creëren van reële kansen voor een overstap naar een andere (top)functie. Vaak zelfs geruisloos zonder media-aandacht of ophef.

 

De WNT verslechtert de positie van topfunctionarissen en maakt dat zij topfuncties gaan mijden. Talent stroomt niet door naar boven, maar blijft hangen in de veilige functies net onder de top waar de wet niet op van toepassing is. Op langere termijn ligt verschraling van kwaliteit in het publieke topsegment op de loer. Bij een op de vijf gemeenten zitten topfunctionarissen in de 'gevarenzone' van de WNT, terwijl hun salaris lager is dan bij sub-topfuncties bij het Rijk. Een topfunctie bij de gemeente is dus geen 'leuke' baan meer.

 

De ontslagregeling in de WNT moet daarom op twee punten worden aangepast. Ten eerste moet het plafond eruit. Niet een jaarsalaris met een maximum moet bepalend zijn maar de context waarin en dat kan dus ook betekenen dat het minder wordt. In plaats hiervan moet een ontslagformule komen toegesneden op de betreffende (semi)publieke sector, die recht doet aan de individuele context bij ontslag. Waarbij de touwtjes voor de zorgsector en de woningbouwcorporaties overigens wel wat strakker mogen worden aangehaald.

 

Ten tweede - en dat is de werkelijke uitdaging - moet de WNT ook gaan gelden in sectoren met een publieke, maatschappelijke functie, zoals banken, energiebedrijven en het openbaar vervoer. Want juist daar zijn de gevolgen van het gebrek aan wettelijke normering het ernstigst. Wat te meer klemt, omdat de overheid als het mis gaat de reddende (lees: betalende) engel mag zijn.

 

Van Kleef & Partners | Postbus 156 | 2770 AD Boskoop | 0172 - 21 68 81